Wanneer is het Pasen?



De feestdag van Pasen vindt zijn oorsprong in de Joodse religie.
De Christelijke godsdienst heeft Pasen en bijhorende feesten (zoals Pinksteren) overgenomen omdat belangrijke data uit het leven van Christus, zoals beschreven in de Bijbel, met de Joodse feesten samenvielen.
Terwijl Pasen voor de Joden de uittocht van het Joodse volk uit Egypte herdenkt (Pesah), is Pasen voor de Christenen het feest van de verrijzenis.
De data vallen echter niet samen.

Het woord Pasen is afkomstig van het woord Pesach.
Dat woord betekent: voorbij gaan.
Pesach is het joodse paasfeest.
Het feest van de bevrijding uit Egypte.
In Egypte zat het joodse volk vast.
Ze waren slaven.
Het was een moeilijke donkere tijd.
Mozes heeft er voor gezorgd dat ze vrij kwamen met de hulp van God.
Voor ze terugwaren in hun eigen land moesten ze door de woestijn.
In de woestijn aten ze matses, woestijnbrood.
Die platte koeken kunnen niet gauw bederven.
Elk jaar vieren de joodse mensen het paasfeest; de bevrijding uit Egypte.
Het land waar toen voor hen geen leven mogelijk was.


Wat heb je nodig:
  • Een lat van ca 70 cm en een lat van ca 40 cm

  • Crêpe papier of verf (geel)

  • Papier

  • Touw

  • Eventueel wol

Laat een ouder iemand een kruis maken van 2 stokken of latten.
Het kruis kun je nu omwikkelen met stroken geel crêpepapier.
Versier de Palmpasen stok nu met zelfgemaakte papieren bloemen, kuikentjes, slingers.
Je kunt ook aan een touwtje pinda's krenten nootjes rijgen en dat als slinger gebruiken.

Verder kun je er groene takjes van buxus aanmaken.
Als laatste steek je een broodhaantje, deze kun je bij de bakker kopen of zelf maken.


Palmpasen

Met Palmpasen maken we de palmpaasstok die staat voor de levensboom.
Het symbool van de groei- en levenskrachten van de mens en de drager van de geest.
De kruisvorm staat voor het Christus-symbool.
De haan bovenop de stok is de verkondiger van de nieuwe dag.
De vruchten en afbeeldingen die we aan de stok hangen zijn de symbolen van de dragers van het nieuwe levenszaad.


Witte donderdag
Op de feesttafel zijn matses als herinnering aan toen.
Bittere kruiden doen denken aan de nare tijd en zout water aan de tranen die de mensen gehuild hebben.
Er staat ook wijn op tafel.
Wijn betekent feest.
Jezus vierde dit feest samen met zijn leerlingen.
Op zijn laatste paasfeest nam hij de matse in zijn handen en zei: "Dit is mijn lichaam, dat gebroken zal worden."
De wijn noemde hij: zijn bloed, dat vergoten zou worden als hij de doodstraf zou krijgen.
Maar ook dat gaat voorbij, want Jezus leeft bij God en in de harten van de mensen.
Het leven wint het van de dood.
Goede vrijdag
Het is de vrijdag voor Pasen.
Deze dag herdenken we dat Jezus is doodgegaan.
Ze hebben Hem met spijkers aan het kruis geslagen, wat zal dat pijn hebben gedaan.
Waarom zou dan toch deze dag Goede vrijdag worden genoemd?
Er was toch niks goeds aan, dat Jezus dood ging!
Goede vrijdag heet zo omdat Jezus Zijn leven aan ons allemaal GEGEVEN heeft.
Dit deed Hij omdat, Hij onze dingen die we fout doen aan het kruis heeft gedragen.
Dit betekend dat Hij ervoor zorgt dat God ons kan vergeven als we iets doen dat niet mag.
Meestal doen we dan een ander verdriet of pijn.
Als je er spijt van hebt kan God je vergeven, en jij kunt dan ook naar de ander toe gaan en zeggen dat je spijt hebt.
Paaszaterdag
Op paaszaterdag denken we aan Jezus die nu in het graf ligt, een uitgeholde grot met een grote zware steen ervoor.
Het kruis is nu leeg, en in veel kerken is het altaar nu leeggeruimd.
Er liggen en staan geen bloemen, kaarsen, of mooie kleden op het altaar (kerktafel waar de pastoor of dominee aan staat.


Pasen is een lentefeest
De dagen gaan lengen.
Aan de bomen ontspringen de eerste knoppen.
De bloemen komen te voorschijn in perken en grasvelden.
Pasen is een lentefeest, de terugkeer van al het groen.
Tijdens de winter leek alles dood.
Pasen is het feest van de opstanding van Christus.
Door zijn sterven zette hij in plaats van de dood als vernietiger, de ware gestalte van de dood als schenker van het leven neer.
In de herfst sterft de natuur af.
Na de winterperiode, de tijd van terugkeer in de aarde, komt de natuur des te uitbundiger tot leven.
In het najaar werden wij ook steeds meer op ons "zelf" aangewezen.
Ook wij zijn naar binnen gekeerd en komen in de lente weer naar buiten.
In deze periode komen allerlei oeroude christelijke gebruiken en symbolen naar boven.
Deze symbolen laten ons niet slechts de stoffelijke materie zien, maar vertellen ons ook iets over het niet-stoffelijke, waar zij een afbeelding van zijn.
In de loop van de geschiedenis kreeg de mensheid de behoefte om de niet meer waar te nemen geestelijke wereld te materialiseren in symbolen.

Pallem pallem Pasen
ei - koer - ei
over ene zondag
krijgen wij een ei
een ei is geen ei
twee ei is een hallef ei
drie ei is een paasei


Eén ei is niets: ieder mens heeft de ander nodig.
Twee ei is pas de helft van de mens, het zintuigelijke en lichamelijke deel.
Drie ei is de drie-eenheid van lichaam, ziel en geest.
Dat is het werkelijke paasei: de opstanding uit de dood.
Met Pasen laten we de kinderen zoeken naar de vele beschilderde eieren die verstopt zijn door de paashaas.
Eieren zijn het symbool voor het nieuwe leven dat ontstaat uit iets wat ogenschijnlijk dood is.
Uit de harde schil komt een zacht levend donzen kuikentje.
Een mens kan zich ontwikkelen en nieuwe niet vermoede krachten kunnen zich openbaren.
>De haas vertegenwoordigt ons hoger bewustzijn, ons "hoger ik".
De haas is vruchtbaar en heel onzelfzuchtig.
Achtervolgd door jachthonden zal een uitgeputte haas vervangen worden: een andere haas neemt zijn plaats in.
De haas heeft geen hol, maar een leger.
Veel vogels maken gebruik van de hazenlegers om hier een nest van te maken en eieren uit te broeden.
Hier wordt de verbinding van de haas die de eieren verstopt duidelijk.
Zo vormt de haas en prachtig symbool voor ons "ik".
Een "ik" om ons aan te spiegelen.
In deze periode kunnen wij groeien, weer een verbintenis krijgen met de geestelijke wereld en innerlijk wakker worden.
Zo komen we terug van de betekenis van de symbolen naar wat hun werkelijke bedoeling is: inwerken op de ziel.
Wij kunnen proberen om ons hiervoor open te stellen.

Oorsprong van Pasen
Het ontstaan van Pasen heeft weinig met hazen en eieren te maken maar des te meer met de oude Egyptenaren.
Of liever gezegd: met een joodse baby die als volwassen man voor een keerpunt in de geschiedenis zou zorgen.
Mozes, want over die man gaat het, wordt als baby gevonden door de dochter van de Egyptische farao.
Hij wordt grootgebracht binnen de koninklijke familie, maar moet vluchten wanneer hij bij het verdedigen van een (joodse) slaaf een Egyptenaar doodt.

In de paasnacht zeggen alle mensen die gedoopt zijn hardop "ja"
Vroeger werden in die nacht veel mensen gedoopt.
Nu komt dat niet meer zo veel voor.
Die mensen begonnen een nieuw leven in de voetsporen van Jezus.
In de paasnacht zeggen alle mensen die gedoopt zijn hardop "ja", omdat ze het fijn vinden dat ze ooit gedoopt zijn.
Op die manier vieren we een overwinningsfeest.
Het leven wint het van de dood.
Eigenlijk vieren we elke zondag paasfeest, want Jezus stond op een zondag op uit de dood!


Bevrijding uit de slavernij
Mozes krijgt vervolgens van God de opdracht zijn volk, de joden, te bevrijden van de eeuwenlange onderdrukking door de Egyptenaren.
Met hulp van God, die als waarschuwing vele rampen en plagen laat plaatsvinden, laten de Egyptenaren tenslotte het joodse volk gaan.
De Israëlieten vieren deze bevrijding uit de slavernij nog elk jaar met het vieren van het paasfeest.
Hierbij worden lammetjes geslacht en speciale broden gegeten.

De berekening van Pasen was in de eerste eeuwen van het Christendom niet eenduidig.
Pas in de achtste eeuw kwamen er algemene regels, gebaseerd op hetgeen in het jaar 325 op het Concilie van Nicea was voorgesteld.
Een eenvoudige formulering voor de paasregel is de volgende:
Pasen valt op de eerste zondag na de eerste volle maan van de lente.
Een volle maan op de eerste dag van de lente telt ook, maar indien de eerste volle maan van de lente op een zondag valt, wordt Pasen de volgende zondag gevierd.
Joodse kalender Chinese kalender Romeinse kalender
Christelijke kalender Hindoe kalender

Islamitische kalender
BEREKENEN PAASDATUMchina

De berekening van de Paasdatum gaat tegenwoordig als volgt:
Bereken het gulden getal van het jaar, dit is de rest die we overhouden als we het nummer van het jaar door 19 delen (het aantal jaren in een maanjaar cyclus), en deze rest wordt met 1 vermeerderd.
Het gulden getal van 1900 is dus 1, en het gulden getal van 1983 is 8.
Bereken de correctie die aangebracht moet worden vanwege schrikkeljaren.
Eerst tellen we het aantal voorafgaande eeuwen (inclusief de eeuw zelf) waarin een schrikkeldag werd weggelaten, voor 1900 tot 2099 is dat 15.
Daarna tellen we de weggelaten dagen in schrikkeljaren van het maanjaar.
Dit soort schrikkeljaren komen in een periode van 2500 jaar 8 maal voor, namelijk het eerste jaar, het 301-ste jaar, enzovoorts tot en met het 2101-ste jaar.
Het eerste zodanige jaar was 1800 en dit was tevens het begin van een cyclus, de volgende keer dat zo een jaar voorkomt is dus 2100.
Voor 1800 tot 2099 is dat dus 1 daarna tot 2399 is dat 2, enzovoorts.
Trek het aantal zo gevonden maanschrikkeldagen af van het aantal zonschrikkeldagen.
Nu gaan we de epacta berekenen, dat is de ouderdom van de maan op 1 januari van het jaar.
Hiertoe vermenigvuldigen we eerst het gulden getal met 11 (een maanjaar is 11 dagen korter dan een zonnejaar, vandaar), hiervan trekken we het getal gevonden onder 2 af (correctie voor schrikkeldagen).
Hierbij tellen we dan 2 op (om in de pas te komen).
Van dit resultaat nemen we de rest na deling door 30.
Zo gaat de berekening voor 1983 als volgt: gulden getal is 8, aantal zonneschrikkeldagen is 15, aantal maanschrikkeldagen is 1, verschil 14. Gulden getal maal 11 is 88, trek af schrikkeldagen (14) het resultaat is 74 en tel hier 2 bij op: 76.
Hiervan nemen we de rest na deling door 30: 16 en dit is de epacta van 1983.
Nu moeten we nog de volle manen van een jaar berekenen.
De maanmaanden hebben in principe afwisselend 30 en 29 dagen, waarbij de maanmaand waarin 1 januari valt 30 dagen heeft, en de daaropvolgende maanmaand 29 dagen.
Verder komt een volle maan 13 dagen na nieuwe maan. Uitgaande van dit gegeven vinden we een volle maan op 31-epacta+13 maart in een niet schrikkeljaar, en 1 dag eerder in een schrikkeljaar.
Valt deze datum na 31 maart, dan gaan we uiteraard over op de maand april.
Voor 1983 is de zo gevonden datum 28 maart. Pasen valt nu op de daaropvolgende zondag.
Het kan gebeuren dat de zo gevonden datum van de volle maan voor of op 21 maart valt, in dat geval moeten we de daarop volgende volle maan nemen.
Hiertoe dienen we de lengte van de maanmaand te kennen, de volgende regels zijn hierop van toepassing:

a. De kritische epacta is 26 in jaren met een gulden getal groter dan 11, in andere jaren is deze epacta 25.
b. Is de berekende epacta kleiner dan de kritische epacta, dan is de lengte van de maand 29 dagen, anders is dat 30 dagen.
Zo berekenen we dus de volgende nieuwe maan, en de Paasdatum.
Het is duidelijk dat dit geen eenvoudige zaak is, en velen hebben zich dan ook al bezig gehouden met eenvoudiger berekeningen.
Deze andere berekeningen zijn echter nooit werkelijk eenvoudiger, we zullen het dus met de bovenstaande methode moeten doen.

In onderstaand formulier kan voor elke datum van onze jaartelling  de dag van de week bepaald worden.
De datum word juliaans verondersteld tot en met 4 oktober 1582.
Op 4 oktober 1582 juliaans volgt 15 oktober gregoriaans.
Alle latere datums zijn gregoriaans.

Berekeningen voor willekeurige datums


Vul een datum in en klik op de "bereken" knop.

dag (1-31):     maand (1-12):     jaar (vb.1945):      

 

gregoriaans :  

juliaans :  

weekdag :  

dagnummer in het jaar :  

ISO-weeknummer :  

Pasen : 

juliaans dagnummer:



Zo kan men formules en/of tabellen voor de paasdata opstellen.
Pasen kan dus niet vroeger vallen dan 22 maart en niet later dan 25 april.
In het laatste geval is er een volle maan op 20 maart zodat de eerste volle maan van de lente pas op 18 april valt en, wanneer dit een zondag is, wordt Pasen pas op 25 april gevierd.
Dit was het geval in 1943 en komt er terug in 2038.
Een vroege Pasen op 22 maart was er bijvoorbeeld in 1818, maar komt pas weer in 2285.
De paasdata voor de jaren 2000-2025 zijn gegeven in de bijgevoegde tabel (de complete lijst van 1583 tot 3000 is hier te vinden.
Wie vanaf Pasen wil terugrekenen naar Aswoensdag, moet er rekening mee houden dat in de zogenaamde veertigdagentijd (de vasten) de zondagen niet meetellen als vastendagen en men bijgevolg 46 dagen moet terugtellen.
Pinksteren, dat oorspronkelijk 50 dagen na Pasen viel, wordt nu door de Christenen op de zevende zondag na Pasen gevierd.
Een lijst met de data van Aswoensdag, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren voor de periode 1583 tot 2600 vindt u hier.

De twee astronomische elementen, het begin van de lente en de volle maan, kunnen alleen met de moderne astronomische storingstheorie zeer precies bepaald worden.
De beweging van de aarde en de maan zijn immers onderhevig aan storingen van de andere planeten en deze kleine afwijkingen hebben een merkbare invloed.
Vergeet bovendien niet dat de banen ellipsvormig zijn en dat de maanbaan een helling vertoont t.o.v. het baanvlak van de aarde om de zon.
Het spreekt vanzelf dat de kerkvaders en hun astronomen-rekenaars deze finesses niet konden voorzien.
Bovendien wilde men ook een zekere regelmaat in de paasdata om de voorspellingen enigszins doenbaar te maken.
Zo ontstond de regel van het

kerkelijke Pasen (het ecclesiastische Pasen).
Hierin begint de lente altijd op 21 maart en wordt de volle maan berekend aan de hand van een regel die
zegt dat de maanfasen zich om de 19 jaar perfect herhalen wat betreft de data in de loop van het jaar.
De Griek Metoon had dit in de 5de eeuw voor Christus al ontdekt en daarom wordt die periode de Metonische cyclus genoemd.
Op een paar uur na - die wel accumuleren in de loop van de eeuwen - klopt deze regel ook.